Type: WOS Blogs
Einde nulurenovereenkomst in 2027: wat betekent dit voor lopende contracten?
Einde nulurenovereenkomst in 2027: wat betekent dit voor lopende contracten?
De wetgeving rondom flexibele arbeid gaat veranderen. Volgens de huidige plannen treedt per 1 januari 2027 (beoogde inwerkingtredingsdatum) nieuwe wetgeving in werking die oproepovereenkomsten, waaronder de bekende nulurenovereenkomst, in principe afschaft. Daarvoor in de plaats komt het zogenoemde bandbreedtecontract.
Dat roept bij veel leden van ons een praktische vraag op:
Wat gebeurt er met nulurencontracten die al vóór 2027 zijn afgesloten, maar daarna nog doorlopen?
Bijvoorbeeld: een nulurenovereenkomst die in 2026 is aangegaan en loopt tot en met de Olympische Spelen van 2028.
Ook bestaande contracten vallen onder de nieuwe regels
Belangrijk om te weten: de nieuwe regels gelden niet alleen voor nieuwe overeenkomsten. Ook bestaande oproepovereenkomsten die na de (beoogde) inwerkingtredingsdatum nog doorlopen, moeten aan de nieuwe wettelijke systematiek voldoen.
Dat betekent dat een nulurencontract dat in 2026 is afgesloten, naar verwachting vanaf 1 januari 2027 niet meer in stand mag blijven in de huidige vorm. De overeenkomst zal dan moeten worden aangepast naar een bandbreedtecontract.
Wat is een bandbreedtecontract?
Bij een bandbreedtecontract spreek je geen “0 uur” meer af, maar:
- een minimum aantal uren, en
- een maximum aantal uren (maximaal 30% boven het minimum).
Hiermee krijgt de werknemer meer inkomenszekerheid, terwijl de werkgever flexibiliteit behoudt.
Wat als je niets doet?
Als een werkgever de overeenkomst niet tijdig aanpast, vindt er automatisch een wettelijke omzetting (conversie) plaats.
De nulurenovereenkomst wordt dan automatisch een bandbreedtecontract waarbij:
- het gemiddeld aantal gewerkte uren onder het oude nulurencontract het minimum wordt
- daar 30% bovenop komt als maximum
Dit gebeurt van rechtswege. De werknemer kan hier aanspraak op maken, ook als er niets schriftelijk is vastgelegd. Dat kan onbedoeld leiden tot hogere vaste uren dan je vooraf had ingeschat.
Ons advies: neem zelf de regie
Om verrassingen te voorkomen, adviseren wij onze leden om tijdig:
- alle lopende nulurencontracten te inventariseren
- het gemiddelde aantal gewerkte uren per medewerker te berekenen
- vóór de beoogde ingangsdatum zelf een passend bandbreedtecontract aan te bieden
Zo houd je grip op:
- de contractinhoud
- de urenafspraken
- de kosten
- en de personeelsplanning
Goed om te weten
Het aanpassen kan gewoon binnen de bestaande arbeidsovereenkomst. Een volledig nieuwe arbeidsovereenkomst is niet nodig. Daarmee voorkom je ook discussie over de ketenbepaling bij tijdelijke contracten.
Conclusie
De beoogde afschaffing van nulurenovereenkomsten per 1 januari 2027 is op dit moment nog onderdeel van wetgeving in voorbereiding. De definitieve ingangsdatum staat dus nog niet vast.
Het is daarom niet nodig om nu al lopende contracten aan te passen. Wel is het verstandig om alvast in kaart te brengen welke nulurenovereenkomsten binnen de organisatie lopen en wat de gemiddelde arbeidsomvang per medewerker is. Zo kun je snel schakelen zodra de wet definitief wordt aangenomen.
Ons advies: volg de berichtgeving en bereid je voor, maar wacht met aanpassen tot er duidelijkheid is. Zodra de nieuwe regels definitief zijn, kun je tijdig en gecontroleerd overstappen naar bandbreedtecontracten.

Coalitieakkoord 2026–2030: dit verandert er voor sportwerkgevers
Coalitieakkoord 2026–2030: dit verandert er voor sportwerkgevers
Op 30 januari presenteerden D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord Aan de slag. Daarin staan ingrijpende plannen voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Verschillende maatregelen raken direct aan de dagelijkse praktijk van sportwerkgevers: van loondoorbetaling bij ziekte tot ontslagregels, arbeidsvoorwaarden en re-integratie.
Wat kun je als sportwerkgever de komende jaren verwachten? We zetten de belangrijkste ontwikkelingen voor je op een rij.
Hervorming WW en arbeidsongeschiktheid
Het kabinet wil het sociale zekerheidsstelsel eenvoudiger en activerender maken. De WW-uitkering wordt aan het begin iets hoger, maar de maximale duur wordt korter. Het doel: mensen sneller begeleiden naar nieuw werk.
Ook de WIA wordt aangescherpt. Er komt meer nadruk op preventie, controle en herbeoordeling. Tegelijkertijd wordt ingezet op betere samenwerking tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen. Voor jou als sportwerkgever betekent dit waarschijnlijk meer aandacht voor duurzame inzetbaarheid en re-integratie, en mogelijk strengere eisen aan verzuimdossiers.
Ziekte en loondoorbetaling: verlichting in zicht?
De loondoorbetaling bij ziekte blijft een belangrijk knelpunt, zeker voor kleinere sportorganisaties. Het kabinet erkent dat twee jaar loondoorbetaling een drempel kan zijn om vaste contracten aan te bieden. Daarom wordt onderzocht hoe deze verplichting “werkbaarder” kan worden gemaakt.
Daarnaast wil het kabinet de administratieve lasten rond de Wet verbetering poortwachter verminderen. Minder rapportages en minder onzekerheid over loonsancties moeten sportwerkgevers meer ruimte geven voor maatwerk in de re-integratie.
Hoewel de exacte uitwerking nog volgt, lijkt de richting duidelijk: minder bureaucratie en meer praktische begeleiding.
Ontslag en transitievergoeding
Ook het ontslagrecht verandert. Er moet meer ruimte komen voor de ‘menselijke maat’, bijvoorbeeld bij reorganisaties. Je krijgt mogelijk meer flexibiliteit om rekening te houden met individuele omstandigheden van medewerkers.
Opvallend is het plan om de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid af te schaffen (beoogd per 2028). Dat betekent dat je deze kosten straks volledig zelf draagt als sportwerkgever.
Tegelijkertijd wordt gekeken naar een andere inzet van de transitievergoeding. Investeringen in scholing, omscholing en re-integratie kunnen zwaarder gaan meewegen. Sportwerkgevers die aantoonbaar inzetten op ‘van werk naar werk’, zouden mogelijk minder vergoeding hoeven te betalen.
Meer ruimte voor maatwerk in arbeidsvoorwaarden
Het kabinet wil sportwerkgevers meer flexibiliteit geven in het arbeidsvoorwaardenbeleid. De werkkostenregeling wordt vereenvoudigd en er komt meer ruimte om medewerkers te ondersteunen, bijvoorbeeld bij het aflossen van studieschulden.
Cao’s blijven belangrijk, maar de regeldruk moet omlaag en er komt meer ruimte voor maatwerk en innovatie. Ook worden stappen gezet om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan, wat gevolgen kan hebben voor werving, selectie en beloning.
Daarnaast wordt het verlofstelsel vereenvoudigd en blijft kinderopvang voor werkende ouders breed toegankelijk. Dat kan helpen om personeel beter te behouden en inzetbaar te houden.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
De rode draad: minder vrijblijvendheid en meer nadruk op duurzame arbeidsrelaties. Tijdelijke oplossingen worden complexer, terwijl investeren in vaste medewerkers, scholing en goed sportwerkgeverschap juist belangrijker wordt.
Ons advies:
- breng je verzuim- en re-integratiebeleid op orde;
- kijk vooruit naar mogelijke extra kosten rond transitievergoedingen;
- investeer in scholing en duurzame inzetbaarheid;
- actualiseer je personeelsstrategie voor de langere termijn.
De komende jaren worden de plannen verder uitgewerkt in wetgeving. WOS volgt deze ontwikkelingen op de voet en houdt je via de nieuwsbrief op de hoogte. Heb je vragen over wat dit betekent voor jouw organisatie? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.

Met Europese samenwerking groeien we als sportsector ook in Nederland. Collega Jeftha: “Europa leert van ons, maar wij ook zeker van hen.” | Blog #6
Elke maand duiken we in de bezigheden van één van onze collega’s. Dit doen we aan de hand van onze kerntaken: regie voeren op de CAO Sport, het zijn van een kennisknooppunt voor de sector en belangenbehartiging.

Deze blog is geschreven door Jeftha Hanemaaijer, beleidsmedewerker bij Werkgevers in de Sport (WOS).
We zijn gegroeid als Werkgevers in de Sport (WOS), dat is je vast al opgevallen. Sterker nog, we zijn in 2022 verdubbeld als organisatie. In die periode werkte ik – naast mijn master Sportbeleid en Sportmanagement aan de UU (Universiteit Utrecht) – al twee dagen bij de WOS als projectmedewerker. Op 1 juli was het tijd voor de volgende stap: afgestudeerd en fulltime in dienst bij de WOS! Hoogste tijd om je meer te vertellen over een deel van mijn werkzaamheden: Europese belangenbehartiging en samenwerking.
In september 2021 begon ik, na de bachelor Bestuurs- & Organisatiewetenschap, aan mijn master Sportbeleid & Sportmanagement aan de Universiteit in Utrecht. Sindsdien ben ik ook actief bij de WOS. In mijn eerste masterjaar als stagiair, daarna als parttime medewerker. Het is een route die bij de WOS vaker wordt bewandeld, van USBO-stagiair tot medewerker. Dat ook ik na mijn master fulltime kon blijven plakken, is voor mij een schot in de roos.
Europese samenwerking
Een van de trajecten waar ik vanuit de WOS samen met collega Esmee verantwoordelijk voor ben, is Europese belangenbehartiging en samenwerking. De afgelopen tijd hebben we met jullie gedeeld hoe we ook op Europees niveau samenwerken en de belangen van onze Nederlandse sector behartigen. Dit doen we als lid en partner van the European Association for Sport Employers (EASE) en the European Observatoire for Sport Employers (EOSE). Binnen beide samenwerkingen richten we ons op het delen van de Nederlandse kennis met Europa, maar ook het ophalen van kennis en kunde van de andere aangesloten partnerorganisaties uit onder andere Zweden, Frankrijk, Portugal en het Verenigd Koninkrijk.
Wat mij opvalt? Hoe sterk we al staan binnen Nederland. Onze aanwezigheid wordt zeer gewaardeerd en ook onze inbreng op thema’s wordt vaak gezien als erg waardevol. Als er wordt gevraagd naar hoe we in Nederland dingen regelen, is het mooi om te kunnen refereren naar bestaande initiatieven. Zo hebben we tijdens het FORMS project van EOSE geduid hoe er in Nederland is omgegaan met de opkomst van het hybride werken na de corona crisis en hoe de door de WOS ontwikkelde “Routekaart Hybride Werken” een hulpmiddel is voor sportwerkgevers in Nederland om op een gestructureerde en laagdrempelige wijze te komen tot een bij jouw organisatie passende manier van werken. Ook de manier waarop wij het leiderschap in de sport willen versterken, onder andere door middel van het leiderschapsprogramma dat we in Nederland neerzetten, kan op veel interesse rekenen vanuit partnerorganisaties in Europa. Tegelijkertijd leren we ook hoe in andere landen in de sport wordt gewerkt. Andere arbeidsvormen, zoals het delen van werknemers (‘employee sharing’) en het op vouchers gebaseerde werk, zijn in andere Europese landen, zoals Portugal en Frankrijk, populairder dan hier. De manier waarop zij dat toepassen is een van de voorbeelden van hoe wij inspirerende Europese kennis naar Nederland willen halen. De komende jaren zullen wij op verschillende manieren kennis blijven brengen en ophalen in Europa rondom de projecten van EOSE en EASE. De focus ligt de komende tijd op een tweetal projecten, die hieronder zijn uitgewerkt.
Nieuwe arbeidsvormen in de sport
EOSE, dat zich richt op sportwerkgeverschap in Europa, houdt zich momenteel bezig met opkomende arbeidsvormen in de sport. Diverse partnerorganisaties van EOSE, dat in totaal leden uit meer dan twintig Europese landen heeft, hebben in kaart gebracht welke arbeidsvormen in het eigen land vaak gebruikt worden en opkomend zijn. Partners uit onder andere Frankrijk, Luxemburg, België en Portugal doen hieraan mee. De komende jaren wordt het onderzoek geïntensiveerd, met als doel om de toegevoegde waarde van nieuwe arbeidsvormen te beoordelen, beleidsmakers in de sport hierin mee te nemen en sportorganisaties te helpen om succesvolle arbeidsvormen te implementeren.
Een inclusieve Europese sportsector
Momenteel werken we met EASE, dat zich bezighoudt met de belangenbehartiging van nationale sportorganisaties op Europees niveau, en de aangesloten partijen aan een groot onderzoek op inclusie. Tijdens de afgelopen Algemene Vergadering in Keulen, waar ik namens de WOS bij aanwezig was, hebben we de koppen weer bij elkaar gestoken. We brengen gezamenlijk in kaart hoe inclusief de Europese arbeidsmarkt sport is. Er worden op nationaal niveau gesprekken gehouden met allerlei sportorganisaties om met elkaar de sector inclusiever te maken. Vervolgens worden alle initiatieven en resultaten uit Europa samengebracht. Dit is ook weer een mooi voorbeeld van hoe alle Europese ledenorganisaties van EASE kennis met elkaar uitwisselen. Alles met als doel om de Europese sportsector naar een hoger niveau te tillen.
Het vervolg
De komende tijd blijven we als WOS inzetten op Europese samenwerking. We geloven er namelijk heilig in dat het goed is om Europese partners te hebben, elkaar op de hoogte te houden van recente ontwikkelingen en vooral van elkaar te leren. Voor de projecten die we draaien met EOSE en EASE is het ook de bedoeling dat er in de komende jaren een aantal partnerorganisaties naar Nederland komen. Een mooi moment om hen te laten zien wat voor prachtig sportland we zijn. We houden je natuurlijk op de hoogte via onze communicatiekanalen zoals website, nieuwsbrief en LinkedIn. Als je vragen hebt, kan je mij altijd bereiken via j.hanemaaijer@sportwerkgever.nl
Gehandicaptensport Nederland werkt aan een inclusievere sportsamenleving: “Alleen sámen zetten we de volgende stappen.”
Elke maand gaan we in gesprek met één van onze leden. Stuk voor stuk sportorganisaties die de Nederlandse sportsector elke dag weer een beetje beter maken. Hoe doen ze dat? Waar vragen ze aandacht voor? En bovenal, wat drijft ze? In deze eerste editie vertelt Dos Engelaar over Gehandicaptensport Nederland.
Sporten moet voor iedereen toegankelijk zijn, ook als je een beperking hebt. Daar maakt Gehandicaptensport Nederland zich dag in dag uit hard voor. Met een gedreven team coördineren ze diverse sportstimuleringsprogramma’s, ontwikkelen en organiseren ze opleidingen en bieden ze door het hele land met diverse competities en nationale teams nog negen verschillende sporten aan. Dos Engelaar, directeur Gehandicaptensport Nederland, vertelt over zijn team, de sporten en de nieuwste innovatie om rolstoelvoetbal nóg toegankelijker en spectaculairder te maken: de Amigo.

“Ik heb van mijn hobby mijn werk gemaakt.” Het is een zin die voor veel sportcollega’s geldt. Dat is voor Dos niet anders. Na een periode bij de Tafeltennisbond – het lukt ons bij de WOS, laat staan andere sportcollega’s in het gebouw, nog altijd niet om Dos te verslaan met tafeltennis – belandde hij in 2010 bij Gehandicaptensport Nederland. Zo ervaren als hij is, neemt hij ons mee in de geschiedenis van de gehandicaptensport in Nederland. En dat doet hij honderduit, getuige ook van deze uitgelopen afspraak met de interviewer: “Ik ben eigenlijk steeds minder gaan sporten, maar ik ga er wel steeds meer over praten!”.
Van losse initiatieven tot georganiseerde gehandicaptensport
Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er steeds meer wedstrijdvormen rondom sporten voor mensen met een beperking. Terwijl het aantal sporten toenam, groeide ook de vraag naar de organisaties daarachter. Zo ontstond uiteindelijk de koepelorganisatie NEBAS/NSG, die later is omgedoopt naar Gehandicaptensport Nederland. In de beginjaren van de 21e eeuw zijn veel sporten voor mensen met een beperking geïntegreerd bij reguliere sportbonden, zoals zitvolleybal bij de Nederlandse Volleybalbond (NeVoBo) en rolstoelbasketbal bij de Nederlandse Basketball Bond (NBB).
Nu steeds meer sporten zijn ondergebracht bij andere bonden, is ook de rol van Gehandicaptensport Nederland veranderd: “Er zijn specifieke uitdagingen waar wij vaak de logische partij voor zijn om met onze kennis, kunde en netwerk iets in te betekenen.” Gehandicaptensport Nederland opereert in dat geval veelal als projectcoördinator. Veel projecten die in de afgelopen jaren door ons zijn gestart, zijn gebaseerd op een handicap-specifieke benadering, zoals Zichtbaar Sportief, Ongehoord Sportief en Sportief met Spierziekte. Daarnaast richt Gehandicaptensport Nederland zich op het ontwikkelen van kwalitatief goede en laagdrempelige kennisproducten: “In een inclusieve samenleving streeft men naar kansengelijkheid en kwaliteit van leven voor iedereen. Dat betekent onder andere dat mensen met een beperking net als ieder ander recht hebben op een goed opgeleide trainer. We doen onszelf als sportsector echt tekort als we dit niet met voorrang oppakken.”

Gezamenlijke innovatie
Een andere pijler van Gehandicaptensport Nederland is de innovatiepoot. “Traditionele sporten zijn niet heilig. Je ziet steeds meer sport- en beweegvormen ontstaan, ook voor de gehandicaptensport.” En ondanks dat daar een mooie groei in zit, valt er ook nog veel te winnen: “We zien dat er voor mensen met een zwaardere motorische beperking nog weinig sportaanbod is. Vanuit die gedachte staan we open voor nieuwe initiatieven. Een van de recente initiatieven is het Motor Activity Training Program (MATP), een nieuwe beweegvorm gericht op mensen met een meervoudige ernstige beperking.
“Twee jaar geleden zijn we met behulp van Sportinnovator gestart met MATP. Dit jaar hebben we aan dit project een Europees vervolg gegeven met het Erasmus+ programma van de Europese Commissie. Daarin is het sleutelwoord hetzelfde als wat de sport zo mooi en sterk maakt: ‘samenwerking’. We kijken in alle initiatieven die we nemen wat we sámen met ons netwerk kunnen betekenen. Het belang van samenwerking wordt makkelijk door organisaties in de mond genomen – je kunt er immers moeilijk tegen zijn – maar de praktijk is vaak nog weerbarstig. Wijzelf zijn er best principieel en ook wel uniek in binnen de gehandicaptensportsector, denk ik. Zelfs waar partijen elkaar normaal gesproken minder weten te vinden, houden we vast aan onze netwerk- en samenwerkingsaanpak. Daar zijn we trots op.”
Een ander mooi recent voorbeeld van waar zo’n samenwerking toe kan leiden is de AmiGo. Dit is een sporthulpmiddel voor mensen met een motorische beperking. Dankzij dit hulpmiddel is het mogelijk om via een elektrisch mechanisme een voetbal te schieten. Zo wordt voetbal voor nog meer mensen met een beperking toegankelijker. Dat ‘samenwerking’ ook in dit project het sleutelwoord is, zie je ook goed in de talloze betrokken partijen: ontwerper Michiel van den Boom, InnoBeweegLab, Tech2Play, Sportinnovator, Brabantsport fonds, Special Heroes, VNL, ZTI Smart Machines en TU Eindhoven. En de ambities reiken verder: “Het doel is om nog dit jaar een eerste kickit-toernooi te organiseren, een variant op voetbal met gebruik van de Amigo. Om dat doel te bereiken, blijven we elkaars hulp nodig hebben. Zo zetten we samen de volgende stappen.”

De groei van Gehandicaptensport Nederland
Dat de gehandicaptenspot in Nederland constant in beweging is, is duidelijk. Van losse sporten tot georganiseerde sport en van bestaande sporten tot nieuwe uitvindingen. “We merken dat we goed bezig zijn en er behoefte is aan onze energie, kennis en kunde. De afgelopen jaren groeiden we elk jaar met 20 à 30%, vooral door nieuwe en steeds weer groeiende projecten. Dat maakt dat we als organisatie in een scale-up fase zitten. Het wordt steeds belangrijker om nieuwe collega’s te werven en ook te behouden. Daar werken we hard aan, zodat we klaar zijn voor de volgende fase. Zo kunnen we onze expertise en programma’s blijven delen om toe te werken naar een steeds meer inclusieve (sport)samenleving in Nederland.” Het is mooi om te zien dat naast Gehandicaptensport Nederland veel andere partijen in de sport werken met dezelfde inclusie-doelen. Want, je voelt het misschien al aankomen, ‘samenwerking’ is het sleutelwoord. Ook hier.
Is werken bij Gehandicaptensport Nederland iets voor jou? Of kom je graag met Dos Engelaar in contact om samen volgende stappen te zetten? Dat kan! Mail Dos via d.engelaar@gehandicaptensport.nl of kijk op de website.
