Wet meer zekerheid flexwerkers definitief aangenomen: wat betekent dit voor sportwerkgevers?
De Wet meer zekerheid flexwerkers is op 7 juli 2026 definitief aangenomen door de Eerste Kamer. Daarmee is een belangrijke stap gezet in de hervorming van de arbeidsmarkt. De meeste onderdelen van de wet treden naar verwachting op 1 januari 2028 in werking.
De wet heeft als doel werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid te bieden. Voor sportorganisaties betekent dit dat het inzetten van tijdelijke contracten en oproepcontracten de komende jaren minder flexibel wordt. Hoewel de invoering nog even op zich laat wachten, is dit een goed moment om alvast kennis te nemen van de belangrijkste wijzigingen.
Wat verandert er?
1. De ketenregeling wordt aangescherpt
De huidige ketenregeling blijft in de basis bestaan: na drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten of drie jaar ontstaat in beginsel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De belangrijkste wijziging zit in de zogenoemde tussenpoos. Nu begint na een onderbreking van zes maanden een nieuwe keten. Vanaf de invoering van de wet wordt deze periode verlengd naar 36 maanden (drie jaar). Daarmee wil de wetgever voorkomen dat werknemers na een korte onderbreking opnieuw langdurig op tijdelijke contracten werkzaam kunnen zijn.
2. Oproepcontracten verdwijnen grotendeels
Nulurencontracten verdwijnen als reguliere contractvorm. Daarvoor in de plaats komt het bandbreedtecontract.
Bij een bandbreedtecontract spreken werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal uren af. Het maximum mag niet hoger zijn dan 130% van het minimumaantal uren. Voor scholieren, studenten en AOW-gerechtigden blijven uitzonderingen bestaan.
3. Meer bescherming voor uitzendkrachten
Ook de regels voor uitzendkrachten veranderen. Zo krijgen uitzendkrachten sneller recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als werknemers die rechtstreeks bij de inlener in dienst zijn. Daarnaast wordt de rechtspositie van uitzendkrachten verder versterkt.
Wat betekent dit voor sportwerkgevers?
De wijzigingen raken ook de sportsector. Veel sportorganisaties werken immers met tijdelijke projectsubsidies, seizoenswerkzaamheden, wisselende financieringsstromen of tijdelijke uitbreidingen van werkzaamheden. Daarnaast worden functies zoals projectmedewerkers, verenigingsondersteuners, trainers en buurtsportcoaches regelmatig voor bepaalde tijd ingevuld.
De nieuwe wet beperkt de ruimte om werknemers langdurig via tijdelijke contracten of oproepconstructies in te zetten. Dat vraagt mogelijk om andere keuzes bij het organiseren van personeel en het aangaan van arbeidsovereenkomsten.
Voor veel sportwerkgevers is vooral de wijziging van de ketenregeling van belang.
De uitzonderingen in de CAO Sport staan deels onder druk
De CAO Sport kent momenteel verschillende uitzonderingen op de wettelijke ketenregeling. Een belangrijk deel daarvan betreft een cao-afwijking, waardoor werkgevers in een aantal situaties langer gebruik kunnen maken van tijdelijke arbeidsovereenkomsten dan op grond van de wet mogelijk is.
In het wetsvoorstel zoals dat is aangenomen, vervalt in beginsel de mogelijkheid om via een cao van de ketenregeling af te wijken. Dat zou betekenen dat deze cao-afwijking in de CAO Sport uiteindelijk niet meer mogelijk is.
Dit geldt echter niet voor de uitzondering voor bondstrainers en technisch directeuren. Deze uitzondering is niet alleen opgenomen in de CAO Sport, maar is ook aangewezen in een ministeriële regeling op grond van artikel 7:668a BW. Deze regeling blijft buiten de voorgestelde wetswijziging en kan daarom, voor zover nu bekend, blijven bestaan.
Voor de sportsector kan het vervallen van de cao-afwijking wel verstrekkende gevolgen hebben. Veel sportorganisaties zijn immers afhankelijk van projectsubsidies, tijdelijke financiering of seizoensgebonden werkzaamheden. De huidige cao-afwijking biedt hiervoor de benodigde flexibiliteit.
Motie zorgt voor nader onderzoek
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht alle bestaande cao-uitzonderingen op de ketenregeling in kaart te brengen en te beoordelen. Daarbij moet worden onderzocht of uitzonderingen noodzakelijk zijn en of een meer uniforme regeling mogelijk is.
De minister heeft toegezegd de Tweede Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren.
Dat betekent dat op dit moment nog niet definitief vaststaat of de uitzondering in de CAO Sport daadwerkelijk zal verdwijnen. De komende maanden wordt hierover meer duidelijk.
Werkgevers in de Sport volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en brengt de gevolgen voor de sportsector onder de aandacht. Zodra er meer duidelijkheid is over de positie van de CAO Sport, informeren wij onze leden.
Wanneer gaat de wet in?
De meeste onderdelen van de Wet meer zekerheid flexwerkers treden naar verwachting op 1 januari 2028 in werking.
Hoewel de invoering nog enige tijd op zich laat wachten, is het verstandig om bij nieuwe personeelsvraagstukken nu al rekening te houden met de richting waarin de wetgeving zich ontwikkelt. Zeker voor sportorganisaties die veel gebruikmaken van tijdelijke arbeidsovereenkomsten of flexibele inzet, kunnen de wijzigingen de komende jaren van invloed zijn op het personeelsbeleid.
