Spring naar content

Update Wtta: verzoek om uitzondering voor de georganiseerde sport ingediend

Terug

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) komt dichterbij. In juni berichtten we al over onze inzet voor een uitzondering voor de sportsector. Inmiddels hebben WOS, NOC*NSF en Netwerk in de Sport een formeel verzoek ingediend bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voor een sectorale uitzondering voor niet-commerciële personele samenwerking binnen de georganiseerde sport. Over dit verzoek zijn we momenteel met het ministerie in gesprek.

Waarom vragen we om een uitzondering?

De Wtta is bedoeld om misstanden op de uitleenmarkt tegen te gaan en werknemers beter te beschermen. Dat doel onderschrijven we. Tegelijkertijd kan de wet ook reguliere personele samenwerking binnen de georganiseerde sport raken.

Binnen de sport worden professionals bijvoorbeeld ingezet voor meerdere verenigingen, sportbonden, sportserviceorganisaties en andere maatschappelijke sportorganisaties. Het gaat daarbij niet om commerciële arbeidsbemiddeling, maar om samenwerking tussen organisaties zonder winstoogmerk, veelal tegen kostprijs en gericht op maatschappelijke sportdoelen.

Juist voor kleinere organisaties is het niet altijd mogelijk of doelmatig om alle benodigde expertise zelfstandig in dienst te nemen. Het delen van bijvoorbeeld verenigingsondersteuners, buurtsportcoaches of specialistische functies maakt het mogelijk om expertise beschikbaar te houden en werkgeverschap professioneel te organiseren.

Wij vinden daarom dat toepassing van het volledige Wtta-regime op deze samenwerking niet in verhouding staat tot de risico’s waarop de wet is gericht.

Uitkomst nog onzeker

Een sectorale uitzondering wordt niet zomaar verleend. Hiervoor geldt een zware toets en een eventuele uitzondering moet via regelgeving worden vastgelegd. Het traject kent naar verwachting van SWZ een doorlooptijd van een jaar tot anderhalf jaar (inclusief wetgevingstraject). Op dit moment staat daarom niet vast dat de georganiseerde sport wordt uitgezonderd.

We blijven hierover in gesprek met SZW en onderbouwen waarom een gerichte uitzondering volgens ons gerechtvaardigd en noodzakelijk is. Tegelijkertijd adviseren we sportorganisaties om niet op de uitkomst van dit traject te wachten, maar zich alvast voor te bereiden op de Wtta.

Tijdlijn: waar moet je rekening mee houden?

1 november – 31 december 2026
Uitleners kunnen zich aanmelden voor de overgangsregeling.

1 januari 2027
De Wtta treedt in werking. 2027 geldt als overgangsjaar.

1 mei – 30 juni 2027
In deze periode kunnen uitleners hun toelating of ontheffing aanvragen bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).

Vanaf 1 juli 2027
De NAU start met het beoordelen van de aanvragen. Ook wordt het openbare register beschikbaar waarin kan worden gecontroleerd of een uitlener is toegelaten, een ontheffing heeft of onder de overgangsregeling valt.

1 januari 2028
De Nederlandse Arbeidsinspectie start met de handhaving. Vanaf dat moment mogen organisaties in beginsel alleen arbeidskrachten ter beschikking stellen als zij zijn toegelaten, een ontheffing hebben of onder de overgangsregeling vallen. Ook inleners moeten controleren of de organisatie waarvan zij personeel inlenen aan de regels voldoet.

Mogelijk alternatief: individuele ontheffing

Los van onze inzet voor een sectorale uitzondering kent de Wtta een mogelijkheid voor een individuele ontheffing. Deze kan relevant zijn voor sportorganisaties waarbij het ter beschikking stellen van werknemers slechts een beperkte nevenactiviteit is.

Een organisatie kan mogelijk voor een ontheffing in aanmerking komen wanneer:

  • de omzet uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten minder dan 10% van de totale omzet bedraagt; én
  • deze omzet niet hoger is dan € 5 miljoen per jaar.

Een ontheffing ontstaat niet automatisch: de organisatie moet deze zelf aanvragen bij de NAU. De aanvraagperiode loopt, net als voor de toelating, van 1 mei tot en met 30 juni 2027.

Wat kun je nu al doen?

Breng binnen je organisatie in kaart of werknemers werkzaamheden verrichten bij een andere organisatie en beoordeel of daarbij mogelijk sprake is van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Kijk vervolgens of de situatie buiten de Wtta valt, bijvoorbeeld omdat sprake is van collegiale uitleen, of dat mogelijk een individuele ontheffing kan worden aangevraagd.

Valt de organisatie wel onder de toelatingsplicht en wil zij gebruikmaken van de overgangsregeling? Houd dan vooral de periode 1 november tot en met 31 december 2026 in de gaten.

WOS blijft samen met NOC*NSF en Netwerk in de Sport inzetten op een gerichte uitzondering voor niet-commerciële personele samenwerking binnen de georganiseerde sport. Daarmee willen we voorkomen dat maatschappelijke samenwerking tussen sportorganisaties wordt belast met een stelsel dat primair is ontwikkeld voor andere risico’s op de uitleenmarkt.

Omdat de uitkomst van dit traject nog onzeker is, is het tegelijkertijd belangrijk dat sportorganisaties hun eigen situatie tijdig beoordelen. We houden onze leden op de hoogte van de gesprekken met SZW en de verdere invoering van de Wtta.