Spring naar content

Oproepcontracten verdwijnen: zo bereid je je als sportwerkgever voor op 2028

Terug

Oproepcontracten verdwijnen: zo bereid je je als sportwerkgever voor op 2028

Per 1 januari 2028 verandert de manier waarop werkgevers werknemers flexibel kunnen inzetten. Reguliere oproepcontracten, zoals nulurencontracten, verdwijnen. Daarvoor in de plaats komt het bandbreedtecontract.

Voor sportwerkgevers kan dit een belangrijke verandering zijn. Binnen de sport wordt regelmatig gewerkt met medewerkers met een kleine arbeidsomvang en een wisselende inzet. Denk bijvoorbeeld aan opleiders, arbiters en trainers.

2028 lijkt nog ver weg. Toch is het verstandig om nu al in kaart te brengen waar binnen de organisatie met oproepcontracten wordt gewerkt en wat de nieuwe regels voor die inzet kunnen betekenen.

Wat is een bandbreedtecontract?

Bij een bandbreedtecontract spreken werkgever en werknemer een minimumaantal uren af waarvoor de werknemer recht heeft op loon. Daarnaast wordt afgesproken voor hoeveel uren de werknemer maximaal beschikbaar moet zijn. Dit maximum bedraagt 130% van het minimum.

Spreek je bijvoorbeeld minimaal 10 uur af, dan bedraagt de maximale arbeidsomvang binnen de bandbreedte 13 uur.

Voor uren boven de afgesproken bandbreedte hoeft de werknemer in beginsel niet beschikbaar te zijn.

Voor bepaalde groepen, waaronder scholieren, studenten en AOW-gerechtigden, gelden uitzonderingen en blijven oproepcontracten onder voorwaarden mogelijk.

Waarom is dit relevant voor de sport?

Sportorganisaties maken regelmatig gebruik van oproepcontracten omdat de inzet niet altijd gelijkmatig is. Een opleider verzorgt bijvoorbeeld in de ene periode meerdere opleidingen en wordt in een andere periode nauwelijks ingezet. Ook de inzet van arbiters en trainers kan gedurende het jaar verschillen.

Juist bij medewerkers met een klein contract kan de maximale bandbreedte van 30% relatief beperkt zijn. Bij een minimum van 5 uur is de maximale arbeidsomvang binnen de bandbreedte bijvoorbeeld 6,5 uur.

Het is daarom verstandig om tijdig te bekijken voor welke medewerkers de huidige manier van werken vanaf 2028 mogelijk niet meer passend is.

Hoe kun je je nu al voorbereiden?

1. Breng je oproepcontracten in kaart
Bekijk welke medewerkers nu werkzaam zijn op basis van een nulurencontract, min-maxcontract of andere oproepconstructie. Besteed daarbij ook aandacht aan medewerkers die slechts een beperkt aantal uren werken, zoals opleiders, arbiters en trainers.

2. Kijk naar de daadwerkelijke inzet
Kijk niet alleen naar wat in de arbeidsovereenkomst staat, maar ook naar de praktijk. Hoeveel uren werkt iemand daadwerkelijk? Hoe sterk fluctueert de inzet? En hoe vaak wordt iemand meer of juist minder ingezet?

De inzet van het afgelopen jaar kan hiervoor een goed vertrekpunt zijn.

3. Onderzoek waarom flexibiliteit nodig is
Waar komt de behoefte aan een oproepcontract vandaan? Is de hoeveelheid werk moeilijk te voorspellen? Zijn er grote verschillen gedurende het seizoen? Of is de inzet afhankelijk van bijvoorbeeld wedstrijden, opleidingen of evenementen?

Door dit inzichtelijk te maken, wordt duidelijk waar de nieuwe regels binnen jouw organisatie het meeste effect kunnen hebben.

4. Kijk wat de 130%-grens betekent
Leg de daadwerkelijke inzet eens naast de toekomstige bandbreedte. Zou de inzet van de medewerker binnen een bandbreedte van 130% passen?

Juist bij medewerkers met kleine en sterk wisselende inzetten kan dit een belangrijk aandachtspunt zijn.

5. Houd bij nieuwe contracten rekening met 2028
Een arbeidsovereenkomst die je nu aangaat, kan doorlopen tot na 1 januari 2028. Maak je veel gebruik van oproepcontracten? Dan is het verstandig om bij nieuwe contracten alvast rekening te houden met de komende wijzigingen.

Begin op tijd met inventariseren

Het is niet nodig om nu al alle oproepcontracten aan te passen. Wel is dit een goed moment om te onderzoeken waar binnen de organisatie flexibiliteit nodig is en welke medewerkers door de nieuwe regels worden geraakt.

Begin daarbij bij de praktijk: Wie werken er op oproepbasis? Hoe worden zij daadwerkelijk ingezet? En zou die inzet straks binnen de nieuwe bandbreedte passen?

Met die inventarisatie heb je een goede basis om vervolgens per organisatie en per situatie te bepalen welke oplossing richting 1 januari 2028 het meest passend is.

De Wet meer zekerheid flexwerkers is definitief aangenomen. De wijzigingen voor oproepcontracten treden op 1 januari 2028 in werking. De WOS volgt de verdere uitwerking en informeert haar leden over ontwikkelingen die voor sportwerkgevers relevant zijn.