Spring naar content

Blog: Normbedrag financiering buurtsportcoaches moet omhoog

Terug

Op 29 juni is het jaarlijkse Algemeen Overleg over Sportbeleid in de Tweede Kamer. Een van de onderwerpen die daar zeker aan de orde zullen komen, is de Brede regeling combinatiefuncties, die de inzet van de Buurtsportcoaches regelt. Een belangrijke regeling, want de 6.000 Buurtsportcoaches die wij in Nederland hebben, stimuleren sporten en bewegen door kinderen en volwassenen en verbinden verschillende sectoren en organisaties aan elkaar. Maar die regeling laat te wensen over.

Uitvoering van de regeling voor buurtsportcoaches is al jaren onzeker
Ongeveer 22 jaar geleden stond ik zelf als staatssecretaris van VWS aan de wieg van de ‘Breedtesportimpuls’, de voorloper van de huidige regeling. De Breedtesportimpuls was een subsidieregeling van het Rijk waarmee gemeenten de samenwerking tussen sportverenigingen, scholen, buurthuizen, kinderopvang en zorginstellingen op konden zetten. Doel was toen al om de deelname aan sport en bewegen te bevorderen van inwoners die wel een zetje konden gebruiken. 

Ondertussen zijn wij twintig jaar verder en hebben de buurtsportcoaches een niet weg te denken plek in het sportbeleid, maar is de uitvoering van de regeling voor de aanbieders al jaren onzeker als gevolg van het aanbestedingsbeleid door gemeenten. Elke vier jaar moet de uitvoering opnieuw aanbesteed worden en kunnen de voorwaarden wijzigen, waarbij het normbedrag overigens al jaren hetzelfde is gebleven. Er zijn daarbij goede en slechte voorbeelden van gemeentelijk beleid.

Functie van buurtsportcoaches is zwaarder geworden
Wat wel is veranderd, is de functie van buurtsportcoach. Deze is in de loop der jaren steeds veelzijdiger en complexer geworden, net als het speelveld waar de buurtsportcoach mee te maken heeft. Van een pure uitvoerder in trainingspak met een bal onder de arm is hij of zij steeds meer geworden tot een verbinder die de brug slaat tussen sport en onderwijs, zorg, kinderopvang en buurthuis. En op deze manier sport en bewegen stimuleert van mensen die een zetje nodig hebben. Hierdoor zien wij dat de kwalificaties en de competenties die van een buurtsportcoach worden gevraagd, in de loop van de tijd veel breder en zwaarder zijn geworden. Gevolg is onder meer dat er tegenwoordig veel meer HBO’ers werkzaam zijn als buurtsportcoach dan vroeger, op dit moment maar liefst 59 procent.

Maar het normbedrag is de laatste tien jaar niet verhoogd of geïndexeerd
Tegelijk is het normbedrag voor de buurtsportcoaches met € 50.000,- volstrekt onvoldoende. Ook is dit bedrag al minstens tien jaar niet verhoogd of geïndexeerd. Hierdoor is de aanpassing van salarissen een permanent probleem voor de organisaties waar zij in dienst zijn of waardoor dit zelfs helemaal niet gebeurt. Of de extra lasten komen uit de eigen zak van de gemeente. Hulde voor de gemeenten die dat doen.

VWS heeft de WOS in 2019 gevraagd een carrièrepad te ontwikkelen voor de buurtsportcoaches. Dit is gereed, maar om het goed te kunnen implementeren is aanpassing van het normbedrag noodzakelijk. Dit normbedrag is in elk geval de laatste tien jaar (en misschien nog wel langer) niet verhoogd of geïndexeerd. Om de regeling goed uit te voeren, hebben wij berekend dat het normbedrag van € 50.000,- naar € 70.000, – zou moeten en dat is dus voor een groot deel achterstallig onderhoud.  

Oneerlijk speelveld
Met het jarenlang gelijk blijven en daarmee dus achterblijven van het normbedrag is goed werkgeverschap feitelijk niet mogelijk. Sterker nog, in combinatie met het aanbestedingsbeleid van gemeenten draagt het ook bij aan een oneerlijk speelveld tussen de aanbieders van buurtsportcoaches.  Sommige gemeenten selecteren via aanbestedingen de goedkoopste aanbieder. Het wekt geen verbazing dat dit dan organisaties zijn zonder goede arbeidsvoorwaarden: zonder CAO, zonder pensioenregeling of die alleen werken met ZZP’ers. Op die manier vissen de aanbieders achter het net die wel een CAO hanteren en die door de bank genomen een betere kwaliteit kunnen bieden omdat zij buurtsportcoaches ook opleiden en ontwikkelen. Het ontbreken van een passende financiering in combinatie met het aanbestedingsbeleid draagt dus bij aan het ontstaan van een oneerlijk speelveld voor aanbieders en het achterblijven van de arbeidsvoorwaarden van een zeer gewaardeerde groep medewerkers.  Gelukkig zijn er ook gemeenten die het beter voor elkaar hebben en die bijvoorbeeld naast de financiering voor de buurtsportcoaches ook zelf een bedrag ter beschikbaar stellen voor de noodzakelijke overhead en ondersteuningsfuncties, waardoor de kwaliteit beter geborgd is.

Oproep aan minister Helder: verhoog het normbedrag voor de buurtsportcoaches naar € 70.000,-
Kortom, alle zaken die passen bij goed werkgeverschap zijn voor de buurtsportcoaches niet goed geregeld: een eerlijke en passende beloning, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, volwaardige banen en goede carrièrepaden. Dit gaat mij aan het hart, want als WOS dragen wij bij aan een professionele, sterke sportsector door sportorganisaties te ondersteunen bij hun werkgeverschap. Het is nu de hoogste tijd voor verandering.

Ik roep daarom minister Helder van VWS op om tijdens het AO op 29 juni aan te kondigen dat zij het normbedrag voor buurtcoaches gaat verhogen naar € 70.000,- waarbij de invoering van het carrièrepad als voorwaarde wordt gesteld met bijbehorende arbeidsvoorwaarden. Op deze manier kunnen de buurtsportcoaches hun belangrijke werk kunnen blijven doen: het stimuleren van sporten en bewegen door kinderen en volwassenen. Aan hun inzet zal het niet liggen!

Margo Vliegenthart, voorzitter Raad van Toezicht WOS

Over de WOS (Werkgevers in de Sport) 
Als WOS willen wij iedereen laten genieten van sport. Wij dragen bij aan een professionele, sterke sportsector door sportorganisaties te ondersteunen bij hun werkgeverschap. Dit doen wij met deskundig advies, daadkrachtige dienstverlening en door onze kennis en visie actief te delen met de sportsector en onze stakeholders. Want de mensen in de sportorganisaties maken volgens ons het verschil.